Welkom arrow Is de toekomst in onze hand?
 
Welkom
Liturgie
Pastoraat
Koor
Activiteiten
Open Huis
Boekentafel
Jongeren
Kinderen
Gemeente
Externe betrekkingen
Gebouw
Steun de Dominicus in 2012
Foto's
- - - - - - -
Is de toekomst in onze hand?
Inhoud Dominicuskrant
Nieuws & mededelingen
Dienstenserie
Vroegere Dienstenserie
Contact en info
Links
- - - - - - -
Login
 
Is de toekomst in onze hand? Afdrukken E-mail


Zo luidde de centrale vraag van de open brief die Mirjam Wolthuis in het decembernummer van de Dominicuskrant schreef. In hoeverre is de Dominicus na 45 jaar nog vernieuwend te noemen?
Hoe verhoudt de praktijk van de Dominicus zich tot maatschappelijk-religieuze veranderingen om ons heen?
Alhoewel het kenmerkend is voor de traditie van de Dominicus om van tijd tot tijd op de eigen praktijk te reflecteren, zo moedig is het om een dergelijke discussie opnieuw op gang te brengen.  De redactie van de Dominicuskrant juicht de actie van Mirjam toe en ontving zowel spontaan als op verzoek een groot aantal reacties.
Hieronder vindt u de brief van Mirjam Wolthuis.

Is de toekomst in onze hand?
Open brief over ontwikkelingen binnen en buiten de Dominicus

Er hangt een nieuw doek achter het podium. Nieuw omdat het van een andere kunstenaar komt dan gebruikelijk. Nieuw omdat het een andere beeldtaal spreekt dan we in de/deze kerk gebruikelijk zijn. Het betreft een foto van een auto vol stickers met daarboven  de plaats in de Jordaan waar volgens de overlevering Jezus gedoopt zou zijn door Johannes de Doper.
Ik neem dat doek graag als vertrekpunt voor enkele gedachten en observaties die mij in toenemende mate bezig houden. Met deze bijdrage aan de Dominicuskrant (die ook een platform voor meningvorming wil zijn binnen onze gemeente) wil ik gedachtenuitwisseling bevorderen. Want ik heb de antwoorden niet. En was het niet zo dat ‘wie (te snel) vindt, niet goed gezocht heeft’? (Rutger Kopland)

We hopen in het Liturgisch Team dat dit doek veel gesprek zal losmaken. Gesprek over of onze beeldtaal grenzen kent, over wat liturgie verdraagt aan wereldse expressies, over traditie en deze tijd, over wat heilig is en profaan, over mooi of lelijk. Of gewoon een goed gesprek over hoe verschillend een ieder kijkt en beleeft.

Maar eigenlijk reikt mijn verlangen nog verder: dit doek vervreemdt mij van wat we gewoon zijn te doen tijdens onze vieringen op zondag. Onze beelden, onze verhalen, onze gebeden, liederen en gebaren: ze zijn vol betekenis en kwaliteit, maar tegelijk zie ik de kerkbanken leger worden. Ongetwijfeld zal de kerk in de advent-periode weer vol zitten, maar veranderingen zijn gaande. Minder mensen, meer vergrijzing, minder aanwas van nieuwe bezoekers, minder vrijwilligers.
Als ik nu dadelijk diverse observaties bij elkaar ga voegen, zou de lezer kunnen denken dat ik erg somber ben over hoe het gaat met onze gemeente en liturgie. Dat ben ik niet. Omdat er zoveel elan en inspiratie en betrokkenheid en kwaliteit is dat ik denk dat we het nog decennia kunnen volhouden. De diensten kunnen mij soms diep raken. De bijbelse verhalen zijn een noodzakelijke en onuitputtelijke bron om onze levensinstelling door te laten bevragen. Ik ben intens overtuigd van het belang van deze plaats om te vieren en vertrouwen te oefenen. Ik ervaar in de kernthema’s van het christendom een basale leidraad om uit te leven. Ik voel me gestimuleerd door de kritisch maatschappelijke betrokkenheid van deze gemeente. Etc etc.
Maar dat alles sluit niet uit dat ik ook signaleer dat de muren van ons kerkgebouw wel heel dik zijn. De ingang is moeilijk te vinden in dat steegje. Letterlijk maar ook figuurlijk: waar is onze verbinding met wat overal gesignaleerd wordt aan solo-religiositeit (Jan Oegema)? Met een God die niet bestaat (Klaas Hendrikse)? Met steeds meer immanente godsbeelden of een zo grote onbekendheid of angst voor het woord ‘god’ dat het woord ‘iets’ al meer dan genoeg zegt voor veel mensen? Hoe maken wij verstaanbaar wat we doen en geloven?

In talloze publikaties wordt geconstateerd dat religie aan het veranderen is in onze samenleving. Lange tijd werd gedacht dat godsdienst teloor zou gaan, omdat de mensen moderner werden en de zeggingskracht van religie niet meer nodig was (secularisering genoemd). Maar die gedachte verliest zijn aanhang: religie blijkt niet alleen terug op de agenda, maar de behoefte aan spiritualiteit en de beleving van het bestaan als onderdeel van een groter geheel blijkt groot. Mensen blijken onverbeterlijk religieus. Alleen anders dan voorheen. Niet meer zozeer binnen een georganiseerd, kerkelijk en altijd hetzelfde verband. Mensen sprokkelen hun eigen zingevingssysteem bij elkaar. Zoeken hun eigen gespreksgenoten. Vieren de overgangen in het leven met eigen rituelen (al dan niet rechtstreeks ontleend aan kerkelijke tradities maar dan zonder christelijke referenties). Godsdienstsociologen spreken van ‘believing without belonging’. Geloven zonder ergens bij te horen. Of in ieder geval niet bij de oude kerkelijke instituten met hun zondagse rite en hun boek van mythen.

Ik ervaar mezelf soms als tussen twee werelden: de voor mij en zoveel anderen zo waardevolle vorm van vieren die we kennen op zondag en die sommigen van ons nog steeds als vernieuwend en bevrijdend ervaren aan de ene kant en aan de andere kant die hele wereld zoals hierboven geschetst waar ik ook deel van uit maak, die een andere vorm van communicatie kent dan via Oosterhuis-liederen en oude verhalen in een niet eenvoudige taal.
Deze confrontatie tussen wat we in de kerk hoog willen houden (naastenliefde, gerechtigheid, toevertrouwen aan wat groter is dan ik, de kostbaarheid van kwetsbaarheid) en wat buiten de kerkmuren niet meer verstaan wordt, maakt dat ik onrustig zoek naar nieuwe inzichten, naar gesprek, naar benoeming van waar we staan en waar we naar toe willen. Een theoloog als Erik Borgman spreekt over ‘religie na de religie’. Ik zelf spreek graag over mijn behoefte om ‘kerk’ opnieuw uit te vinden. Maar dat is niet de kern: het gesprek dat ik wil openen gaat over hoe we ons als Dominicus verhouden tot deze veranderingen om ons heen.
Want eigenlijk denk ik dat het niet voldoende is om een nieuw doek op te hangen en Sirene-bijeenkomsten te organiseren. Allebei zijn geweldig en noodzakelijk. Maar beide zijn ook uitingen van besef van die veranderende context. Hoe staat de Dominicus daar in? Is het voldoende om de vorm van onze liturgie en onze taal eens tegen het licht van deze tijd te houden? Is het voldoende om onszelf heel fundamenteel te bezinnen opdat wat we te verkondigen hebben urgent en existentiëel is (om maar eens twee woorden te noemen die ik in mijn bijdragen aan de Dominicuskrant afgelopen maanden heb gehanteerd om de ziel van onze liturgie te vangen)? Of moet ik niet zo problematiseren, maar de tijd de kans geven en vertrouwen op onze veerkracht en Gods voorzienigheid? Of moet ik durven loslaten wat voorbij zal gaan, en accepteren dat de dingen gaan zoals ze gaan? Vraagt de weerbarstigheid van de bijbelse boodschap juist dat we stug blijven doen wat we doen om een soort steen des aanstoots te blijven voor onszelf en anderen. Een profetisch teken en geluid.

Eerst maar eens inventariseren, studeren, zoeken en het gesprek aangaan met onszelf binnen en buiten die dikke muren. Ik hoop op veel gesprek, te beginnen onder het nieuwe doek.

Mirjam Wolthuis, geschreven op persoonlijke titel

PS Met dank voor het duwtje dat een gesprek tussen enkele BR-leden en WP-leden op 20 november na de dienst me gaf om dit op te schrijven.

 reacties op bovenstaande brief

 
 
 

-----------------------------------

Volgende dienst
21 Oct 11:11
Kijk voor actuele informatie alstublieft op onze nieuwe website: www.DominicusAmsterdam.nl
-----------------------------------

Recente overwegingen
Lessen voor levenden - Mirjam Wolthuis
Hilde Domin, dichteres van de ballingschap - Kees Kok
Dorothee Sölle - Colet van der Ven
-----------------------------------

Laatst bijgewerkt (selectie)
-----------------------------------