Na de inwijding van de kerk werd de kerk verder ingericht en gedecoreerd. Eerst het hoogaltaar, in 1901 het orgel, waarna de beschildering van het priesterkoor en het schip volgden.
Alle meubilering, schilderwerk en beeldhouwwerk zijn door Cuypers ontworpen. Uitzonderingen hierop zijn de Piëta en het Rozenkransaltaar.

In de tijd dat de neogotiek opgang maakte, groeide de vraag naar muurschilderingen. Zodoende zijn deze ook veelvuldig in de Domincus aangebracht.
Ook de glas-in-loodramen werden door Cuypers ontworpen, zodat de kerk de harmonische uitstraling van een 'Gesamtkunstwerk' heeft gekregen. Het atelier van Cuypers vervaardigde echter geen gebrandschilderde ramen. Deze werden daarom gemaakt door het atelier Machthausen te Koblenz en het atelier Nicolas te Roermond.

De muurschilderingen in het transept en het schip zijn "al-secco" aangebracht. Dat wil zeggen dat de verf zich na het drogen onverbrekelijk met de wand verbindt. Correcties aanbrengen was daarom moeilijk. Gewoonlijk werden de tekeningen daarom van een 'karton' overgenomen.

De ornamenten zijn met behulp van sjablonen aangebracht. Het atelier van Cuypers bezat hiertoe honderden mallen..
|