|
En jullie, wie ben ik volgens júllie? In de tijd tussen Kerst en Pasen zitten twee belangrijke blokken van zondagen: de Verschijningstijd en de Veertigdagentijd. Wie is toch die Jezus uit Nazaret, die telkens weer in deze wereld verschijnt ('Epifanie') om dan in de woestenij, geheel alleen, zijn weg van 'Veertig dagen en veertig nachten' te beginnen? Rabbi, goeroe, voorbeeldmens, een verlichte, een verlosser, heiland, herder, ach, te veel om op te noemen zijn de namen die men hem gegeven heeft. 'En jullie, wie ben ik volgens jullie?' vraagt Jezus aan zijn leerlingen in het eerste, meest joodse evangelie van het Nieuwe Testament. En dan, alleen hier zo onomwonden, komt dat zinnetje uit Petrus' mond: 'Jij bent de Messias!'. Met dat andere beroemd geworden zinnetje van Jezus' kant: 'En jij bent Petrus, de rotsman!'. De geschiedenis heeft laten zien hoeveel verraad, verloedering en verstening juist deze beide zinnetjes hebben opgeroepen. Maar ze staan daar en ze blijven het middelpunt vormen van Matteus' evangelie. Wel verbiedt Jezus direct daarop zijn leerlingen dat woordje 'messias' nog in hun mond te nemen. Het geheim van de messiaanse weg die hij nog moet gaan, is te kwetsbaar voor grote woorden en vanzelfsprekendheden. De rotsman zelf, Petrus, wordt dan ook nu opeens onverbloemd 'satan' genoemd, een misleider. Dat gebeurt na zijn protest tegen Jezus' schets van zijn weg door vernedering en dood heen naar licht en leven. Dit vreemde geheim van Jezus is in geen dogma ooit te vangen. Wel kan er naar getast worden in kleine fragmenten, die niet geforceerd in elkaar gepast moeten worden. In de serie En jullie, wie ben ik volgens jullie? komen zulke fragmenten voorbij, steeds tegen de achtergrond van die persoonlijke vraag van Jezus, het spontane antwoord van Petrus en de vér reikende implicaties daarvan. |